De arts voor homeopathie bevordert de gezondheid door het stimuleren van het zelfherstellend vermogen van de patiënt. Het eigen gedachtegoed van de homeopathische geneeskunde wordt in hoofdstuk 1 beschreven. De plaats in de gezondheidszorg en de verhouding tot andere in de gezondheidszorg werkzame disciplines staan beschreven in de domeinomschrijving in hoofdstuk 2.
Voor het instellen van een behandeling gaat de arts voor homeopathie uit van het functioneren van de patiënt in de breedste zin van het woord (fysiek, emotioneel, mentaal en creatief). Met behulp van deze informatie selecteert de arts een geneesmiddel volgens de similiawet.
De similiawet, het fundament van de homeopathische methode, wordt toegelicht in hoofdstuk 3. Het genezingsproces wordt geïnduceerd door toediening van gepotentieerde geneesmiddelen. De evaluatie van de behandeling vindt plaats aan de hand van homeopathische evaluatiecriteria. In hoofdstuk 3 en 4 van dit beroepsprofiel worden de belangrijkste principes van de homeopathische behandeling nader besproken.
Hoofdstuk 5 beschrijft de stand van zaken van het wetenschappelijk onderzoek naar diverse aspecten van de homeopathische geneeskunde.
In hoofdstuk 6 is de historische ontwikkeling van het beroep weergegeven. Hahnemann legde de theoretische basis die nog steeds actueel is voor de beroepsuitoefening en –ontwikkeling van de arts voor homeopathie.